About us

 

  Loft pictures

 

  Our famous pigeons

 

  Race results

 

  Pigeons links

 

  Guestbook

 

  Contact us

 

  HOME

 

Interview with Marcel Ginckels

MEESTER GINCKELS GEEFT LES

Marcel Ginckels uit Tienen is de laatste twee jaar niet weg te branden uit de kop van het resultaat van de Oostbrabantse Fondclub (Obrafo) te Tienen.De voorbije maanden leek het erop alsof Jerommeke in onze contreien rondwaarde. De krachtpatser haalt wel eens zijn vermaarde T-slag of tijdslag boven, een stevige klop op een rots, die pas vier paar plaatjes in het stripverhaal tot stof verpulverde. Datzelfde effect lijkt de Grimdenaar op zijn collega's duivenmelkers de voorbije vluchten gehad te hebben, geen mokerslag maar wel dodelijk efficiënt.

Eventjes voorstellen en plaatsen in het huidig tijdskader.

Marcel, juist de kaap van 65 gepasseerd heeft steeds de duivensport een warm hart toegedragen. Via zijn peter kreeg Marcel reeds op vrij jonge leeftijd voeling met de duivenliefhebberij. Als opgroeiende knaap verkaste hij samen met zijn familie van het landelijke Glabbeek naar het industriële “Grimde” heden ten dagen één van de oudste en markanste gehuchten van Tienen.
Overblijfselen van de oude Romeinse heirbaan Tongeren-Cassel, drie monumentale Romeinse grafheuvels, talloze relicten van spoorwegen en douanedepots beheersen het landschap in de schaduw van de gebouwen van de “Citrique Belge” en de Tiense suikerraffinaderij.

Tienen moet ongetwijfeld een wereldstad geweest zijn bekeken met de ogen van een achtjarig jongentje van de boeren buiten.Heel de stad pikte toenertijd zijn graantje mee van de geweldige expansie die de Tiense suikerraffinaderij die dagen kende en ook de familie Ginckels ontsnapte niet aan de lokroep van de plaatselijke industrie. Het beeld van de hedendaagse suikerindustrie is op geen enkele wijze te vergelijken met de werkomstandigheden van toen.

Andere tijden maar zeker niet beter.

De bietenteelt en de verwerking ervan waren toen een kwestie van de mouwen op te schorten. Vele handen tekort waardoor het voor de hand lag dat velen reeds op vrij jonge leeftijd de schoolbanken ontgroeiden en voor het leven aan de slag gingen bij het “Fabriek”. Weinigen ontsnapten aan deze wetmatigheid doch Marcel had het geluk dat de familie voor hem een andere toekomst zag weggelegd waardoor Marcel afstudeerde als onderwijzer.
Het waren andere tijden mijmert onze gastheer, ze hadden iets moois, niet dat ze moeten terugkeren zeker niet. Buiten het werk was het sociaal leven uiterst beperkt. Voetbal en duivensport waren toen de volkssport bij uitstek. Niet verwonderlijk dat in Grimde er zelfs drie goeddraaiende duivenmaatschappijen mekaar naar de kroon staken. Door de jaren heen speelden de Ginckelsen er zich een spijkerharde reputatie bijéén.

Op eigen benen.

Toen Marcel huwde werd dra van wal gestoken met het optrekken van een eigen woonst met bijhorend duiventil. De installatie werd vele jaren met afgunst bekeken doch de geboekte resultaten gaven soms nog meer munitie aan de verenigde tegenstand. Met twee koppel eieren gekregen van wijlen gebuur Josef Bogaerts werd er gestart. Twee duiven hieruit lagen aan de basis van de eerste sportieve successen van de jonge onderwijzer in de duivensport. Beide duivers vlogen kop van Momignies tot Corbeil.
Stelselmatig werd de eerste liefde namelijk het locale snelheidsgebeuren de rug toegekeerd om zich meer en meer te richten op de halve fond. Het Waalsbrabantse Ramillies ooit het Mekka van de Oostbrabantse halve fondscène zou jarenlang de vaste stek zijn van De Ginckels. Zijn rode duiven (Raoul Verstraete- Geoges Lebegge) behoorden toenertijd tot de te kloppen duiven. De fameuze Rode van 92-winnaar van zal ongetwijfeld steeds een voorname plaats innemen in het duivengeheugen van onze gastheer. Het was een hele speciale herinnert Marcel zich, hij vloog nooit in groep, je loste hem en hij was alleen wag. Van vlucht was het ook een einzelganger. Zo won hij als jaarduif een Orleans met 20 minuten vooruit om de week nadien de beker van de burgemeester te winnen op de stadsprijskamp uit Etampes.

2003-Een scharnierjaar zou later blijken.

Met de eeuwwisseling zat de duivencarrière van Meester Ginckels in het slop. De goesting was weg en gelijdelijk werd het duivenbestand afgebouwd. Marcel besloot de groep van weduwnaars te spelen tot ze op het draadje versleten waren. De eerste liefde, de vitesse, werd onder het stof gehaald. De prestatiecurve van de kolonie kende een wisselvallig karakter doch één duivinneke het Vaaltje zorgde in de zogenaamde nadagen van de kolonie Ginckels voor een aantal kippenvel momenten. Zeven eerste prijzen won het.In het verdere verloop van deze bijdrage, komen we op dit duifke terug.
Tijdens de wintermaanden echter van 2002 begon het opnieuw te kriebelen. Michel Van Lint had juist zijn eerste topseries op de zware halve fond neergezet. De geweldige uitslagen van de geweldenaar zijn jonge duivenploeg waren ook niet voorbij gegaan aan de interesse van Marcel. Hij dacht als die man weet te slagen in de schoot van Obrafo waarom zou het mij niet lukken als was het maar gedeeltelijk?

Henri Van Avondt zet de Ginckels-kolonie “ nieuwe stijl” op de rails.

De Haachtse halve fond tenoren hadden in 2002 een zoveelste topjaar gebreid aan hun succesvolle loopbaan met als hoogtepunt het behalen van hun nationale overwinning uit La Souterraine. Hun prestaties haalden de frontpagina van de gespecialiseerde duivensportverslaggeving. Marcel las een artikel erover en pleegde vervolgens een telefoontje met Henri met de bedoeling om van de weduwnaars een aantal eieren te kopen. De vlieger leek in eerste instantie niet op te gaan want te Haacht worden de eieren van de betere weduwnaars verlegd en zogenaamde “overschot” wenste Henri niet van de hand te doen. Marcel stelde dat hij kontent was met eieren welke niet verlegd werden. Goede afspraken, de beste vrienden en einde maart zou de “meester” 5 koppels bijna uitgebroede eieren kunnen afhalen. Bij zijn terugkeer had hij evewel 20 eieren mee want Henri wou toch iets speciaal doen. 19 jonge duiven werden er geboren. Dit mooie groepje kreeg versterking van 4 aangekochte duiven bij de Kortenaakse kampioenenformatie “Lambrechts-Lismont”.

Het plaatje leek af doch het toeval hielp wel een handje.

In het naseizoen van 2003 liep na een rampvlucht later zou blijken uit Argenton een mooie duiver binnen. Na het inwinnen van informatie bleek dit één van de beste jaarduiven te zijn van Eric Limbourg welke zijn duif na een tweetal dagen persoonlijk kwam ophalen. Marcel mocht te Brussegem einde seizoen een koppel eieren (lijn Mota) gaan halen. Deze late duifjes werden alsnog opgeleerd. Één ging er spijtig genoeg verloren doch dit pareltje samen met het “Vaal” waarvan reeds eerder spraken in de bijdrage, zou een grote rol gaan spelen in de sportieve hoogkonjunctuur van de Grimdense kolonie.
Van de 23 koppige jonge duivenploeg werden er twintig doorgehouden voor de kweek. Ze hadden 4 halve fondvluchten gevlogen en 3 nationals.
De prestaties in 2004 openden duidelijk perspectieven want zowel op Bourges als Argenton werden er twee duiven geklasseerd binnen de top honderd nationaal.

In 2005 werd de lijn succesvol doorgetrokken.

30 jonge duiven werden gespeeld met als afsluiter de vier traditionele nationals voor jonge duiven.
Uit Bourges nationaal plaatsen zich vier duiven binnen de eerste honderd en wonnen 15 duiven prijs van de 20 ingemande. Op Argenton vinden we Marcel voor het eerst terug op de 46 ste nationaal terwijl er 13 van de 20 ingezette duiven het resultaat haalden. Zowel uit La Souterraine als Gueret werd een zes op zes gescoord.
Op de nationale vluchten werden er 40 prijzen van 52 gewonnen. Klokken aan 77 % is outstanding.

Twee raspaardjes versterken het kweekhok.

Opmerkelijk was eveneens de prestatie van dat klein Vaal duivinneke , het enig resterend exemplaar van zijn oude stam. Samen met de Limbourg-duivin werd zij als jaarduif gespeeld op het jonge duivenhok. Na een aantal Hafo-vluchten werd Bordeaux gespeeld. Zij werden als twee eerste duiven aangemeld in de Verbroedering om vervolgens uit Narbonne opnieuw alle twee de uitslag te halen. Marcel wist genoeg en beide werden gestald op het kweekhok voor 90 % Van Avondt gekleurd met een vleugje Lambrechts-Lismont.

2006 –een knaller van een sportseizoen.

40 jonge duiven werden er gespeend. Als we nu de rekening maken kunnen we slechts één zaak zeggen, ze haalden werkelijk alles uit de kast.
Momignies: (200d. ) 1-2-3-4-5-6-7-8-9-10-11-12-13-14-15 enz (30 van de 38):
Soissons (189d): 4-5-6-7-8-9-10-12-15-20-21-22-24-26-28-30 enz. (25/32)
Soissons : (211d) : 4-5-7-10-11-13-14-18-25-26-37-39-43-45-46-51-52-53-59-61-62 enz (24/32) ;
Sens (587d) : 2-3-5-8-10-19-25-45-47-55-64-77-101 (24/31) ;
Toury (311d) : 6-7-8-12-15-19-20-23-24-25-26-27-28- (23/32) ;
Toury  (1337d) : 24-28-29-53-60-64-78-79-90 enz (24/32).

Le Mans-216 jonge Obrafo : 12-13-20-23-27-29-30-34-41-42-50-51-52-55-57-58 enz. (24/32).
Bourges : (960 jonge) : 31-45-58-69-70-73-74-89-95-96- enz (22/30) ;-Nationaal 21 prijzen van 30.
Argenton (337d): 2-4-11-12-20-24-25-26-33-38-39-50-53-54-58 enz. (20/30) of 21 prijzen van 30 duiven.
La Souterraine (356d): 3-6-7-8-19-22-31-33-37-38-39-42-59-63-65- enz (20/30)-Nationaal: 4 duiven in de eerste 60-22 prijzen van 30

Klap op de vuurpijl uit Gueret
Obrafo 227 duiven-1-5-6-7-8-9-10-14-15-17-18-19-21-24-30-33-37-39-40- (21/30); Nationaal 6 duiven binnen de 100 eerste terwijl 26 van de 30 de uitslag haalden. De tegenstand stond erbij en keek er naar.
Deze uitslag kwam echter niet geheel onverwachts. Na La Souterraine trainden ze als beesten . De duivinnen bijvoorbeeld werden zoals steeds rond de klok van half negen gelost. Ze bleven steeds maar langer weg. Op een bepaalde dag vielen de eerste twee rond elven op de plank terwijl de laatste rond 15u het hok binnenwipte. Eerst dacht ik dat ze ergens ‘'n goeie lig gevonden hadden” zoals ze in het Tiens zeggen maar ze hadden gevlogen want dat zag ik aan hun vlees. Hun hokuithuizigheid nam zelf toe zodanig dat ik ze de dag van de inkorving ze niet meer durfden laten trainen. Om de swung er in te houden besliste ik ze de week voor Gueret mee te gen op Momignies (zaterdag lossing). Het was in het nabije Hélécine, juist over de taalgrens. Ze sloopten er de uitslag. 150 duiven deden mee, de Ginckels ging er met de grove borstel door en realiseerde een droomuitslag. 28 duiven van de 30 haalden het resultaat (1-2-3-4-5-6-7-8-9-10-11-12-13- enz…
Moeder moet er nog zand zijn!

Het hoe en het waarom?

Zullen velen zich de vraag stellen? Wel we stelden ze hem ,je weet wel “Gebeten om te weten”.
Theo: Meester hoe ziet het sportieve programma er uit?
Marcel: Gezien ik enkel speel met jonge duiiven is een stapsgewijze aanpak noodzakelijk. Ik ga ze zelf een tiental keer lappen vooraleer ze met de maatschappij de lucht in gaan om er te blijven tot na de afsluiter uit Gueret. 2 maal wordt Momignies aangedaan (100km); vervolgens een tweeluik uit Soissons terwijl vanaf 1 juli,3 keer de kleine halve fond staat geprogrammeerd. Vevolgens Bourges, Argenton, La Souterraine en Gueret. De tussenzondag wordt opgevuld met een kleine Halve Fondvlucht. Tussen de twee laatste nationale vluchten wordt het een Momignies gezien er dan geen vluchten van boven Parijs meer op de kalender staan.

Theo: Welke speelmethode wordt er gehanteerd ?

Marcel: Zoals zo vele typische jonge duivenspecialisten wordt de schuifdeur-methode toegepast. Ik pikte bij Van Lint en Jef Van Winkel enkele elementen uit hun systeem, linkte en mixte deze aan mekaar. Ik scheid bijvoorbeeld bij het spenen de geslachten niet. Zo vormen er zich vaste koppelkes. 4 weken woor Bourges worden duivers en duiven gescheiden. Wanneer ik dan begin te werken met de schuifdeur, vormen de vaste koppels een voordeel bij de voorbereiding. Van 14u tot 18u mogen ze kermis vieren, een beetje strooi meer komt er niet aan de pas. Persoonlijk heb ik weinig last van parende duiven. De inrichting van het hok leent zich hier niet toe (ouderwedse schapjes) hetgeen niet wil zeggen dat ik niet regelmatig “eierke raap “ moet spelen. Ik neem de eikes éénvoudig weg.

Theo: Hoe hou je je duiven dan in “kostuum” Marcel?

Marcel: Begin maart tot einde juni wordt er verduisterd om daarna vervolgens 1 maand bij te lichten. Vanaf Bourges tot 23u ‘avonds. Tot Gueret gaan de lichten aan om klokslag 5u.

Theo: Marcel , wat is nu je eigen visie op je successen van de laatste jaren?

Marcel: Eerst en vooral had ik het opperbeste geluk aan goede duiven te geraken bij Van Avondt terwijl de koppeling Lambrechts-Lismont en Limbourg een schoot in de roos blijkt te zijn. Het moet méézitten. Enkel betreur ik het dat ik slecht één duivinneke “het Vaalke”van mijn eigen oude soort doorhield terwijl al de anderen werden opgeofferd. Ik geloofde niet genoeg in mijn eigen oude stam, doch gedane zaken nemen geen keer. Tevens meen ik dat de bewuste keuze voor het zich toeleggen op het spel met jonge duiven ook wel zijn bijdrage leverde. Met jonge duiven en oude spelen gaat niet toch niet. Dit is een persoonlijke visie doch een oud spreekwoord zegt toch niet voor niets “Je kunt géén twee heren dienen” vandaar zeker…

Theo: Goede duiven oké, de conditie kun je niet bestellen, ook waar doch welke rol speelt de medische begeleiding in uw succesverhaal?

Marcel: Ook hier haalde ik hier en daar de mosterd. 14 dagen na het spenen wordt er een 7-daagse preventieve tricho-behandeling doorgevoerd. Als ze na een week op hunne kilo gekomen zijn krijgen ze tien dagen een behandeling tegen paramyxo (langs het water), de elfde dag wordt er ingespoten. Juist voor de aanvang van de vluchten worden ze 6 dagen behandeld tegen de kop. Het zuiver houden van de duiven is belangrijk.

Theo : Hoe zo? Verklaar je nader,

Marcel: Duiven zuivere koppen lijkt mij het belangrijkste. Half weg het seizoen of één week voor Bourges wordt er opnieuw gedurende drie dagen gekuurd tegen de kop.
Na iedere vlucht, de zondag wordt er op het eten tricho-poeder gestrooid. Beter voorkomen dan genezen, zie je . Ook houd ik mij nauwgezet aan het wekelijks geven van een verplicht warm bad. Ik dompel ze onder in een emmer (zout en een scheutje azijn) terwijl ik de spieren los masseer.

Theo-Hoe zit het met de voeding?

Marcel: Ik hou mij aan het normaal voedersysteem. Opvoederen naar de dag van de inkorving, het geven van bijprodukten zoals biergist terwijl ook vitaminen worden verstrekt. Persoonlijk verkies ik deze uit te strooien op het eten. De kracht van vitaminen is te verwaarlozen als men ze toedient bij warm weder via de drinkpot. Het valt mij op dat mijn jonge duiven bij thuiskomst heel weinig drinken. Vroeger met de weduwnaars bijvoorbeeld, haalde ik er regelmatig uit de drinkpot om de gummi van de poot af te halen. Omtrent het waarom hiervan, moet je mij niet vragen. Ik dien het antwoord schuldig te blijven. Heeft het iets te maken met de betere kwaliteit van duiven, Joost zal het weten.

Wat ik wel weet Marcel en daarvoor hoef ik Joost niet te kontacteren is het feit dat je echt “goed bezig “ bent. Tevens ben ik er van overtuigd dat vele collega's-Melkers je echt dit succes gunnen. Een hele prestatie heden ten dagen in een sport waar de ingesteldheid van “Ikke en de rest kan stikken” hoogtij viert. In ieder geval, na drie opéénvolgende seizoenen van top duivensport lijkt het mij dat Marcel in 2007 dat magische “klavertje vier gaat plukken. Het is je gegund, Marcel.

 
Bron : Theo Ceulemans / De Reisduif
 
 
 
 
 
Print this